Recht op een tolk of vertaler

Wanneer heb ik recht op een tolk of vertaler?

Strafrecht:
Wanneer een verdachte in een strafzaak de taal waarin de procedure wordt gevoerd niet of onvoldoende beheerst, heeft hij recht op vertolking en vertaling om effectief deel te kunnen nemen aan het strafproces. De verdachte moet immers kunnen begrijpen van welk feit hij wordt verdacht en de mogelijkheid hebben zich daartegen te verdedigen.
In Nederland is het zo geregeld dat als één van de partijen tijdens een terechtzitting of in de raadkamer de Nederlandse taal niet machtig is, de rechtbank een beëdigde tolk oproept. Dit geldt overigens uitsluitend voor strafzaken, voor civiele zaken moeten de partijen zelf voor een tolk zorgen. Daarnaast worden gerechtelijke stukken die zijn opgesteld in een vreemde taal, vertaald door een beëdigd vertaler.

Vreemdelingen- en asielrecht:
Vreemdelingen die toelating tot Nederland wensen of die Nederland moeten verlaten, beheersen in veel gevallen het Nederlands niet. Als van de vreemdeling redelijkerwijs verlangd kan worden dat hij de Nederlandse taal wel voldoende beheerst, draagt de IND er geen zorg voor dat de vreemdeling zich verstaanbaar kan maken bij gesprekken met IND-medewerkers. Het woord ‘redelijkerwijs’ geeft wat speelruimte. Bij reguliere aanvragen is bepaald dat dit in ieder geval zo is indien de vreemdeling in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier en reeds vijf jaar legaal in Nederland verblijft. Bij asiel ligt dit wat anders en het komt er feitelijk op neer dat bij alle asielaanvragen een tolk moet worden ingezet, tenzij de vreemdeling Nederlandstalig is. Neem voor meer informatie contact op met de IND of Vluchtelingenwerk.

Doof, slechthorend of doofblind:
Mensen die doof, slechthorend of doofblind zijn, krijgen een vergoeding voor een tolk Nederlandse Gebarentaal of een schrijftolk in privésituaties, zoals een bezoek aan de huisarts of een familiefeest. Kijk voor meer informatie op www.tolknet.nl.