Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Mijn Wbtv
  • Contact
  • Nieuws
  • Over ons
  • Commissies
Raad voor Rechtsbijstand Bureau Wbtv (naar homepage)
Zoeken
  • Tolk of vertaler zoeken
  • Tolken & vertalers
    • Opleidingen en toetsen
    • Inschrijven
    • Permanente educatie
    • Ingeschreven en dan?
    • Bezwaar indienen
    • Mijn Wbtv
    • Klacht indienen
  • Opdrachtgevers & intermediairs
    • Intermediairsportaal
    • Register beëdigde tolken en vertalers
    • Afnameplicht
    • Uitwijklijst
    • Klacht indienen
  • PE-aanbieders
    • Erkend worden als PE-aanbieder
    • Erkende PE-aanbieders
  • Bibliotheek
    • Wetten, regelingen en besluiten
    • Onderzoeken
    • Taallijst
    • Veelgestelde vragen
    • Formulieren
    • Dashboard Wbtv
    • Gedragscodes in de praktijk
  • Mijn Wbtv
  • Contact
  • Nieuws
  • Over ons
  • Commissies
  1. Home ›
  2. Commissies ›
  3. Klachtencommissie Wbtv ›
  4. Adviezen ›
  5. 14-2024 Advies Klachtencommissie Wbtv

14-2024 Advies Klachtencommissie Wbtv


Advies van Klachtencommissie Wbtv

Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas

Datum: 10 februari 2025

Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:

  • Tolk Nederlands <-> Arabisch (Syrisch-Libanees), C1-niveau, Rbtv;
  • Tolk Nederlands <-> Arabisch (Irakees), C1-niveau, Rbtv;
  • Tolk Nederlands <-> Arabisch (Palestijns-Jordaans), C1-niveau, Rbtv;
  • Tolk Nederlands <-> Koerdisch Kermandji (Syrië/Irak), C1-niveau, Rbtv, en;
  • Tolk Nederlands <-> Koerdisch Kermandji (Turkije), C1-niveau, Rbtv.

Verloop van de procedure

Op 25 oktober 2024 heeft [klager] middels het klachtenformulier een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over vertolkingen van beklaagde. De klacht is nader onderbouwd middels een schrijven van 5 november 2024 en 7 januari 2025.

Per brief van 15 november 2024 is beklaagde op de hoogte gesteld van de ontvangst van de klacht. Beklaagde heeft zich op 24 november 2024 per e-mail verweerd aan de hand van een schrijven en enkele andere documenten.

De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:

  • Klachtformulier van 25 oktober 2024
  • Telefoonnotitie van 30 oktober 2024
  • Toevoeging op de klacht van 5 november 2024
  • Rapport van nader gehoor 1
  • Aanbevelingen en correcties op rapport van nader gehoor 1
  • Rapport van nader gehoor 2
  • Aanbevelingen en correcties op rapport van nader gehoor 2
  • Verweerschrift van 29 november 2024
  • Reviews van de tolk
  • Jaaroverzicht 2023
  • Urenverklaring van de tolk
  • Nadere toelichting op de klacht van 7 januari 2025
  • Rapportage Vluchtelingenwerk Nederland
  • Pleitnota van 17 januari 2025

De klacht is op 17 januari 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:

  • Mevrouw mr. E. Maalsen, plaatsvervangend voorzitter;
  • De heer G. A. Roodenrijs, Btr., lid;
  • De heer S. van den Langenberg, lid;

De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris.

De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn ter kennis verschaft aan beide partijen. De commissie overweegt als volgt.

Klacht

De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:

Beklaagde’s taalvaardigheid van het Koerdisch Kermandji (Turkije) en het Nederlands zijn onvoldoende. De beklaagde voegt hierdoor zaken toe aan zijn vertolking die niet zijn gezegd of tolkt zaken onjuist.

Verweer

Beklaagde heeft een verweerschrift ingediend dat ter zitting is toegelicht en aangevuld.

Beklaagde legt uit dat hij sinds 2022 werkzaam is als tolk. Daartoe heeft hij twee opleidingen afgerond als sociaal tolk. Tot slot heeft hij nog toetsen afgelegd voor zijn taalvaardigheid van het Koerdisch Kermandji (Syrië/Irak) en Koerdisch Kermandji (Turkije). Beklaagde is dus meer dan voldoende gekwalificeerd om als beëdigd tolk op te treden.

Beklaagde heeft al vele honderden tolkopdrachten uitgevoerd. Toch heeft hij nog niet eerder opmerkingen gehad of klachten ontvangen over zijn tolkwerkzaamheden. Als de tolkdienstverlening op de twee momenten waarover wordt geklaagd al onvoldoende is, dan betreft het dus incidenten.

Beklaagde heeft kritische opmerkingen over de twee tolkdiensten bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND). Dat deze twee tolkdiensten niet goed zijn verlopen komt door een combinatie van factoren. Zo kwamen de asielzoekers niet goed uit hun woorden. Het taalgebruik van de asielzoekers was ook niet op een ideaal niveau. Daarnaast waren de verhalen van de asielzoekers niet helder. Mocht de tolkdienstverlening niet optimaal hebben verlopen dan is dat dus niet geheel te verwijten aan beklaagde.

Tot slot beroept beklaagde zich op de bijzondere omstandigheden die zich voordoen bij Koerdische asielzoekers uit Turkije. Deze asielzoekers spreken in eerste instantie Koerdisch Kermandji. Op basis daarvan worden door de IND tolken Koerdisch Kermandji (Turkije) ingezet. In de praktijk blijkt echter dat Koerden in Turkije ook – in wisselende hoeveelheid – gebruik maken van woorden uit de Turkse taal. Dit maakt het lastig voor een tolk Koerdisch Kermandji (Turkije) om alleen op basis van het Koerdisch Kermandji te tolken.

Beklaagde is ingeschreven als tolk in enkele Arabische varianten en in het Koerdisch Kermandji voor Syrië en Irak enerzijds en Koerdisch Kermandji voor Turkije anderzijds. Beklaagde is nadrukkelijk geen tolk Turks. Maar tijdens zijn opleiding is ook aandacht besteed aan het Turks.

Ondanks het bovenstaande is beklaagde van mening dat het in principe mogelijk is voor tolken Koerdisch Kermandji (Turkije) om voor Koerden uit Turkije te tolken. Maar als dat niet lukt dan moet de tolkdienst worden gestaakt. Beklaagde geeft daarom aan dat hij zijn werkwijze heeft aangepast nadat hij kennis heeft genomen van de klacht. Als beklaagde nu constateert dat communicatie niet goed verloopt meldt hij dat direct. Eventueel staakt beklaagde de tolkdienst en zal hij adviseren een tolk Turks in te schakelen.

Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde op de hoorzitting is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan.

Het is voor de commissie vast komen te staan dat de twee tolkdiensten waarover concreet wordt geklaagd niet optimaal zijn verlopen en er twijfels zijn over de kwaliteit van de tolkdienst. Ter onderbouwing van zijn klacht heeft de klager twee rapporten van nader gehoren bij de IND ingestuurd. Beklaagde heeft in beide nader gehoren getolkt voor cliënten van klager. De commissie heeft echter opgemerkt dat in de rapporten die door de IND zijn opgesteld diverse keren wordt gevraagd aan de asielzoekers of deze de tolk goed begrijpen. Die asielzoekers geven telkens aan de tolk goed te begrijpen. In principe zou daaruit de conclusie kunnen worden getrokken dat de tolkdienst van voldoende kwaliteit zou zijn.

Klager heeft hier een alternatieve verklaring voor. Het is lastig voor een asielzoeker om bezwaar te maken tegen de tolk. Sommige asielzoekers wachten namelijk twee jaar op een nader gehoor terwijl hun familie in onveiligheid verkeerd in het land van herkomst. Het weigeren van een tolk leidt ertoe dat er een nieuw gehoor moet worden ingepland en dat de betrokken asielzoeker nog langer moeten wachten en in onduidelijkheid over zijn asielaanvraag verblijft. Daarom klagen asielzoekers niet over de tolken.

De klagers adviseren desondanks hun cliënten wel om altijd bezwaar te maken tegen de tolk als ze deze niet begrijpen omdat hun asielaanvraag afhangt van het gehoor.

Beklaagde weerlegt deze verklaring. Volgens beklaagde zouden de asielzoekers wel in staat zijn om over een slechte tolk te klagen. Dat de asielzoekers de tolk goed hebben begrepen is daarom de feitelijke weergave.

Beide verklaringen worden door de commissie als aannemelijk geacht. Daarom kan de commissie niet uitsluitend op basis hiervan de klacht ongegrond verklaren.

Ter nadere onderbouwing van de klacht heeft klager ook zijn correcties en aanbevelingen op de rapporten van de nader gehoren ingestuurd. In reactie daarop ontkracht, ontkent en nuanceert beklaagde in zijn verweerschrift de zaken die daarin staan opgenomen. Het is de commissie echter opgevallen dat de beklaagde in zijn verweerschrift ingaat op alle correcties en aanbevelingen van klager. Dat is inclusief correcties en aanbevelingen die het deel van het nader gehoor betreffen waarin beklaagde niet heeft getolkt, maar een andere tolk. Beklaagde schrijft: “De [sic] kan het goed herinneren want de tolk heeft toen andersom vertolkt voor de gespreksvoer(st)er, (..)” Geconfronteerd met deze feiten gaf de beklaagde op de hoorzitting aan dat dit een typefout is. Voor de commissie is het uitgesloten dat hier sprake is van een typefout. De reacties komen inhoudelijk overeen met de correcties en aanbevelingen op de corresponderende pagina’s.

Hoewel dit vragen oproept over de betrouwbaarheid van de verklaringen van beklaagde is dit voor de commissie onvoldoende om op basis hiervan de klacht gegrond te verklaren.

Beklaagde geeft in zijn verweerschrift aan dat hij honderden tolkopdrachten naar tevredenheid heeft uitgevoerd. Zijn tolkdiensten zouden daarmee boven iedere twijfel over de kwaliteit zijn verheven. Maar dit doet voor de commissie niets af aan de klacht over de twee specifieke tolkdiensten. Net zo min is het feit relevant dat beklaagde twee opleidingen heeft gevolgd. Wellicht is beklaagde op basis daarvan in het Rbtv opgenomen maar dat sluit niet per definitie uit dat beklaagde slechte tolkdiensten kan leveren.

Dit geldt eveneens voor de constateringen van de beklaagde dat de asielzoekers geen duidelijk verhaal hadden of dat zij het Koerdisch Kermandji zelf niet goed beheersen. Van een beëdigd tolk wordt verwacht dat deze om kan gaan met anderstaligen die zich mondeling slecht uit kunnen drukken. Voor de commissie doet ook dit feit daarom  niets aan de inhoud van de klacht af.

Tot slot beroept de beklaagde zich op de moeilijkheden die het tolken voor Koerden uit Turkije met zich meebrengt. Op de algemene situatie met betrekking tot het inzetten van tolken Koerdisch Kermandji voor Koerden uit Turkije gaat de commissie hieronder verder op in. Voor nu volstaat de opmerking dat een beëdigd tolk een eigen verantwoordelijkheid heeft wanneer deze de anderstalige niet of onvoldoende kan verstaan of begrijpen. Van beëdigd tolken wordt verwacht dat zij het direct melden wanneer zij de taal of variant van de anderstalige niet begrijpen. Indien de tolk niet voor de kwaliteit van zijn tolkdienst kan instaan moet de tolk de opdracht staken. De tolk laat zich hierbij niet onder druk zetten door de opdrachtgever, bijvoorbeeld een gehoor medewerker van de IND.

Tijdens de hoorzitting is er uitgebreid gesproken over de specifieke situatie rondom het tolken voor Koerden uit Turkije. Beklaagde heeft verklaard dat hij in principe in staat is om voor Koerden uit Turkije te tolken ondanks het feit dat hij het Turks niet op C1-niveau van het Europees Referentiekader voor de talen beheerst. Beklaagde is daarom van mening dat hij niet als tolk Nederlands <-> Koerdisch Kermandji (Turkije) uit het Rbtv hoeft te worden geschrapt. Beklaagde heeft wel verklaard dat hij sinds dat hij kennis heeft genomen van deze klacht tolkdiensten staakt als blijkt dat de communicatie niet goed verloopt. Beklaagde heeft ook beloofd dat te blijven doen in de toekomst.

De commissie wil markeren dat een beëdigd tolk een eigen verantwoordelijkheid heeft om de kwaliteit van de tolkdienst te waarborgen. Dit laat zich vertalen tot de plicht om problemen in de communicatie te melden bij de opdrachtgever en ultiem de tolkopdracht te staken. De tolk mag zich daarbij niet onder druk laten zetten door de omstandigheden vanwege die eigen verantwoordelijkheid. Eveneens geldt dat een beëdigd tolk uitsluitend opdrachten aanneemt waarvoor hij competent en bevoegd is.

Advies

De commissie adviseert de klacht ongegrond te verklaren.

In deze klacht wordt de commissie geconfronteerd met twee uiteenlopende zienswijzes. De rapporten geven onvoldoende inzicht in de kwaliteit van de tolkdienstverlening tijdens de nader gehoren.

In een poging een objectief beeld te vormen heeft de commissie ervoor gekozen om via de klager ook het rapportageformulier van de medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland op te vragen. In die rapportage heeft de medewerker het volgende genoteerd onder de vraag “Was er sprake van eigen initiatief van de tolk?”: “Alleen verduidelijkt”. Dit antwoord is voor meerdere interpretaties vatbaar. Uit die rapportage kan daarom ook niet objectief worden vastgesteld wat door beide partijen wordt gesteld c.q. betwist.

Daarmee komt het bij de beoordeling van deze klacht uiteindelijk neer op de afweging van het woord van de klager tegenover het woord van de beklaagde.

Alles afwegende kan de commissie niet vaststellen dat de beklaagde in strijd heeft gehandeld met de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv, specifiek met betrekking tot de kernwaarden volledigheid, transparantie en professionaliteit (zie bijlage) tijdens de tolkdiensten waar klager naar heeft verwezen.

De commissie merkt echter wel op dat de taalvaardigheid van het Nederlands van beklaagde voor verbetering vatbaar is. Dit blijkt uit de geschreven stukken van beklaagde en zijn mondelinge toelichting op de hoorzitting. Aangezien de commissie zelf niet het taalniveau van het Nederlands van beklaagde kan beoordelen adviseert de commissie het volgende in de richting van beklaagde:

besteed in het kader van uw bijscholingsplicht als beëdigd tolk aandacht aan uw  taalvaardigheid van het Nederlands.

Daarnaast wil de commissie de Gedragscode nog eens extra onder de aandacht brengen. Het is goed dat beklaagde heeft verklaard zijn gedrag aan te passen aan de hand van deze klacht. Maar van een beëdigd tolk wordt vanaf dag één verwacht dat deze zich aan de Gedragscode houdt. Wees terughoudend met het aannemen van opdrachten en staak de tolkdienst wanneer de kwaliteit niet kan worden gegarandeerd.

Algemene aanbevelingen over onderzoek naar het Koerdisch Kermandji

Op grond van artikel 24 van de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv) zendt de commissie een rapport van bevindingen, vergezeld van een advies en eventuele aanbevelingen aan de minister. De commissie wenst enkele algemene aanbevelingen in de richting van de minister Justitie en Veiligheid te formuleren over tolken Koerdisch Kermandji.

De commissie heeft hierbij rekening gehouden met  de Besluitvorming Koerdisch Kermandji van 30 mei 2018[1]. Daarin is besloten het Koerdisch Kermandji te splitsen naar het Koerdisch Kermandji (Syrië/Irak), het Koerdisch Kermandji (Turkije) en het Koerdisch Kermandji (Azerbeidzjan) op de door de Raad voor Rechtsbijstand gehanteerde taallijst.

Uit de door partijen overgelegde stukken en hetgeen besproken is tijdens de hoorzitting concludeert de commissie dat de praktijk van het tolken in het Koerdisch Kermandji weerbarstig blijkt. Zo heeft klager aangegeven dat het probleem dat in de twee nader gehoren zich heeft voorgedaan bij meerdere cliënten en bij andere tolken speelt. Dit leidt tot miscommunicatie met de anderstalige en in het ergste geval tot een verkeerd besluit op de asielaanvraag. Ook blijkt dat opdrachtgevers en de beëdigde tolken de anderstaligen hier niet altijd tegen in bescherming nemen.

Beklaagde heeft zich op de hoorzitting bij deze kritiek aangesloten. Beklaagde gaf namelijk ook aan dat tolken Koerdisch Kermandji (Turkije) uit Turkije zouden moeten komen. Koerden uit Turkije maken namelijk uiteenlopend gebruik van woorden uit de Turkse taal.

Tijdens de hoorzitting constateerde klager dat het beter zou zijn als een tolk Koerdisch Kermandji (Turkije) ook beschikt over voldoende taalvaardigheid van het Turks. Daarom zou de klager het liefste zien dat een tolk Koerdisch Kermandji (Turkije) ook het Turks beheerst. De beklaagde heeft zich bij dat advies aangesloten.

De Klachtencommissie Wbtv adviseert in principe in individuele zaken. De commissie heeft ook geen expertise op het gebied van taal, laat staan van het Koerdisch Kermandji. Toch ziet de commissie hier een rol voor zichzelf weggelegd met betrekking tot het waarborgen van de kwaliteit van beëdigd tolken en tolkdiensten door beëdigd tolken. Vooral nu in de praktijk blijkt dat andere betrokkenen er niet in zijn geslaagd om het geconstateerde probleem te adresseren op de juiste plek. Beide partijen geven zorgelijke signalen af voor wat betreft de vereiste talenkennis indien sprake is van Koerden uit Turkije en de inzet van tolken voor de taal Koerdisch Kermandji (Turks). Als gevolg van de huidige registratie wordt er, zo heeft klager aangegeven, geen rekening gehouden met geuite zorgen over de inzet van tolken c.q. het verzoek tolken in te zetten die (ook) de Turkse taal machtig zijn door de IND. Omdat dit de kwaliteit raakt van de kwaliteit van tolkdiensten en dit ook een rol zou kunnen (gaan) spelen bij nieuwe klachten heeft de commissie gemeend om op basis van het bovenstaande de volgende aanbevelingen aan de minister te willen doen.

Overwegende:

  • dat op de hoorzitting is gebleken dat Koerden uit Turkije in hun taalgebruik in wisselende mate gebruik maken van woorden uit de Turkse taal waardoor het voor tolken Koerdisch Kermandji (Turkije) van belang is om ook over taalvaardigheid van de Turkse taal te beschikken.

Roept de minister van Justitie en Veiligheid op om:

  • onderzoek te laten doen naar de kwaliteit van opleiding en toetsing van tolken in de drie varianten van het Koerdisch Kermandji op de huidige door de Raad voor Rechtsbijstand gehanteerde taallijst, wetende het Koerdisch Kermandji (Azerbeidzjan), Koerdisch Kermandji (Syrië/Irak) en het Koerdisch Kermandji (Turkije);
  • de inschrijfvoorwaarden voor tolken in de drie varianten van het Koerdisch Kermandji op de huidige door de Raad voor Rechtsbijstand gehanteerde taallijst te laten evalueren en indien deze evaluatie daartoe aanleiding geeft dit uit te breiden naar de andere varianten binnen de Koerdische taal;
  • de afnameplichtige organisaties uit artikel 28 Wbtv op te roepen om, in afwachting van de bovenstaande onderzoeken, terughoudend te zijn met het inzetten van tolken die uitsluitend voor Koerdisch Kermandji (Turkije) staan geregistreerd en, zo mogelijk, beëdigde tolken Koerdisch Kermandji (Turkije) in te zetten die ook staan opgenomen als tolk Turks en bij onderbouwde verzoeken om inzet van een tolk Koerdisch Kermandji (Turkije) die ook de Turkse taal beheerst of een tolk Turks voor een Koerdische persoon uit Turkije hiermee rekening te houden, ook als wel sprake is van een registratie Koerdisch Kermandji (Turkije).

Tot slot

Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.

De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.

Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.

Hoogachtend,

De Klachtencommissie Wbtv

[Handtekening]                                     [Handtekening]

Dhr. M. Bax                                           Mw. mr. E. Maalsen

Secretaris Klachtencommissie Wbtv                   plv. voorzitter Klachtencommissie Wbtv

Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 14-2024)

Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor vertalers in het kader van de Wbtv (2024)

  1. Volledigheid

Onder volledigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:

Ik tolk volledig en getrouw, alles wat betrokkenen zeggen, zonder iets toe te voegen, weg te laten of te wijzigen.

Ter nadere invulling van de kernwaarde volledigheid handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:

  1. Ik gebruik, voor zover mogelijk, steeds hetzelfde taalregister en niveau van de woordenschat als de sprekers. Ik leg zoveel mogelijk dezelfde nadruk.
  1. Ik geef aan als ik iets niet begrijp of niet (goed) versta, en vraag om verduidelijking of herhaling wanneer iets onduidelijk is.
  1. Transparantie

Onder transparantie versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:

Ik verleen tijdens de tolkdienst inzicht in alles wat ik doe of zeg.

Ter nadere invulling van de kernwaarde transparantie handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:

  1. Ik meld het onmiddellijk aan de betrokkenen als de anderstalige niet de taal of variant spreekt waarvoor de tolkdienst was aangevraagd.
  1. Ik meld partijen wanneer ik van plan ben om een tolkopdracht te staken of te onderbreken. Ik motiveer mijn beslissing.
  1. Professionaliteit

Onder professionaliteit versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:

  • Ik gedraag mij altijd professioneel;
  • Ik behandel de betrokkenen met respect;
  • Voor zover dat in mijn macht ligt, ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn prestatie;
  • Ik verbind mij ertoe mijn kennis en deskundigheid permanent te onderhouden.

Ter nadere invulling van de kernwaarde professionaliteit handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:

  1. Ik voer uitsluitend opdrachten waarvoor ik competent en bevoegd ben.
  1. Ik meld het onmiddellijk wanneer dialecten niet adequaat getolkt kunnen worden.
  1. Ik staak de opdracht indien ik de kwaliteit van mijn prestatie niet (langer) kan garanderen, ook wanneer dit het gevolg is van de werkomstandigheden.
  1. Ik licht betrokkenen in wanneer het mij onmogelijk wordt of wordt gemaakt om de Gedragscode te respecteren.

[1] Staatscourant 2018, 29341, Besluitvorming Koerdisch Kermandji, Raad voor Rechtsbijstand, 22 mei 2018, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-29341.html



Deel deze informatie
  • Delen op Whatsapp
  • Delen op LinkedIn


Over Bureau Wbtv

Bureau Wbtv is onderdeel van de Raad voor Rechtsbijstand en door de minister van Justitie en Veiligheid belast met de uitvoering van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv).

Meer over ons

Snel naar

  • Tolk-vertaler zoeken
  • Mijn Wbtv
  • Nieuws
  • Woo-verzoek

Contact

Raad voor Rechtsbijstand
Bureau Wbtv

088 – 787 1920
[email protected]

Postbus 2349
5202 CH 's‑Hertogenbosch

  • Toegankelijkheid
  • Privacy
  • Cookies
  • Proclaimer
  • Informatiebeveiliging