06-2025 Advies Klachtencommissie Wbtv
Advies van Klachtencommissie Wbtv
Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas
Datum: 22 september 2025
Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:
- [inschrijving Rbtv]
- [inschrijving Rbtv]
- [inschrijving Rbtv]
- [inschrijving Rbtv]
- Vertaler Nederlands -> Italiaans, en;
- [inschrijving Rbtv]
Verloop van de procedure
Op 1 juni 2025 heeft [klager] middels het klachtformulier een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over een vertaling van beklaagde. De klacht is nader onderbouwd middels een repliek dat op 13 augustus 2025 met de commissie en beklaagde is gedeeld. Klager heeft op de hoorzitting ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar klacht toe te lichten.
Op 10 juni 2025 is beklaagde op de hoogte gesteld van de ontvangst van de klacht. Beklaagde heeft zich op 11 juni 2025 per e-mail verweerd aan de hand van een schrijven. Op 13 augustus 2025 heeft beklaagde zich nader verweerd met een aanvullend schrijven en aan de hand van zeventien bijlagen. Beklaagde heeft op de hoorzitting gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar verweer toe te lichten.
De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:
- Klachtformulier van klager gedateerd 1 juni 2025 met acht bijlagen;
- Verweerschrift gedateerd 11 juni 2025;
- Nader verweerschrift gedateerd 12 augustus 2025 met zeventien bijlagen, en;
- Repliek klager gedateerd 13 augustus 2025.
De klacht is op 29 augustus 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:
- Mevrouw mr. E. Maalsen, plaatsvervangend voorzitter;
- Mevrouw J.A.M. de Sousa Martins-Bierhoff, BTr, lid;
- Mevrouw mr. E. van Eijk-de Geus, lid;
De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris en mevrouw S. Stals als notulist.
De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn gedeeld met de beide partijen. De commissie overweegt als volgt.
Klacht
De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:
Beklaagde heeft een vonnis van de rechtbank niet getrouw vertaald.
Verweer
Beklaagde heeft een verweerschrift en een nader verweerschrift ingediend dat ter zitting is toegelicht en aangevuld.
Beklaagde heeft in 2018 een vertaling gemaakt van delen van een vonnis van [rechtbank] uit 2011. In 2019 is beklaagde opnieuw door dezelfde opdrachtgever benaderd. Dit keer verzocht opdrachtgever om het gehele vonnis te vertalen.
In 2024 neemt klager voor het eerst contact op met beklaagde over de vertalingen. In 2025 volgt een klacht bij Bureau Wbtv. Klager heeft opgemerkt dat de vertaling op een vijftal punten niet getrouw is aan de brontekst. Maar beklaagde kan zes jaar na datum en zonder bestudering van de stukken niet inhoudelijk ingaan op de vertaalkeuzes die zij in 2018 en 2019 heeft gemaakt. Op de hoorzitting voegt beklaagde daaraan toe dat zij ook geen reconstructie kan maken van het denkproces dat zij heeft doorgemaakt bij het opstellen van de vertalingen. Beklaagde geeft aan dat er aan haar vertalingen de nodige research voorafgaat en dat zij daarbij nauw samenwerkt met collega’s die net als haar beëdigd zijn, de nodige kwalificaties hebben en over ervaring beschikken. Beklaagde benoemt dat er veel tijd is verstreken en vraagt zich af hoe lang een vertaling onderwerp mag zijn van een klacht.
Daarnaast erkent beklaagde dat de vertaling niet volledig getrouw is en inderdaad een toevoeging kent die niet in de brontekst voorkomt. Maar zij heeft altijd naar eer en geweten gehandeld. Daarom heeft beklaagde geprobeerd tegemoet te komen aan de bezwaren tegen de vertaling. Beklaagde heeft een aanhangsel opgesteld waarin ze de bezwaren tegen de vertaling adresseert met de mededeling dat het aanhangsel als onderdeel van de vertaling moet worden geacht. In dat aanhangsel licht beklaagde de situatie toe en gaat zij in op de bezwaren tegen de vertaling. In het aanhangsel benoemt beklaagde tevens dat de toevoeging ‘ossia effettiva’ een verduidelijking had moeten zijn en dat het bij nader inzien beter was geweest om die in een toelichting te plaatsen. Het aanhangsel heeft beklaagde door een tweede, beëdigde vertaler laten vertalen naar het Italiaans.
Klager stelt zich voor als een onafhankelijke partij die een klacht indient. Maar klager is nauw betrokken bij de rechtszaak tussen de opdrachtgever van de vertalingen en diens ex-partner. Dat leidt er volgens beklaagde toe dat klager allerlei onredelijke eisen stelt aan beklaagde.
Beklaagde heeft in haar correspondentie en met het aanhangsel transparant gehandeld naar alle betrokkenen. Zo heeft zij haar onpartijdigheid als beëdigde vertaler willen waarborgen.
Beklaagde is al enkele decennia beëdigd vertaler. Na haar afgeronde opleiding is zij direct als zelfstandig tolk en vertaler begonnen. Gedurende die tijd heeft zij specialisaties behaald en bijscholingscursussen gevolgd. Daardoor heeft zij een grote, trouwe klantenkring opgebouwd. Beklaagde geniet een goede reputatie en kan daarvan referenties overleggen.
Ontvankelijkheid
Voordat de commissie aan een inhoudelijk advies toekomt staat de commissie eerst stil bij de tijd die is verstreken tussen het leveren van de vertaling en het indienen van de klacht. Op grond van artikel 19 lid 1b van de Wet beëdigde tolken en vertalers is de minister van Justitie en Veiligheid niet verplicht om een klacht over een gedraging die zich langer dan één jaar geleden heeft plaatsgevonden te behandelen. De bewuste vertaling dateert uit 2018. De klacht is pas op 1 juni 2025 bij Bureau Wbtv ingediend. Daar zitten dus zeven jaren tussen.
De commissie acht de klacht desondanks toch ontvankelijk. Dit houdt verband met het feit dat klager in 2024 de bezwaren tegen de vertalingen heeft ontdekt en vervolgens direct haar bezwaren bij de vertalingen kenbaar heeft gemaakt. De commissie geeft wel mee dat er tussen het indienen van de klacht en het eerste contact in 2024 veel tijd zit en dat klager eerder een klacht in had kunnen dienen. Dit leidt niet tot een niet ontvankelijkheid van de klacht.
Daarnaast weegt de commissie ook mee dat beklaagde de feiten niet ontkent waardoor er geen discussie hoeft te worden gevoerd of het geen waarover wordt geklaagd wel of niet heeft plaatsgevonden.
Dat de klacht inmiddels zeven jaren na het opstellen van de vertaling wordt behandeld heeft echter wel inhoudelijke gevolgen voor de klacht zoals hieronder zal worden toegelicht bij de inhoudelijke beoordeling.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde op de hoorzitting is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan.
De commissie zal bij de beoordeling van deze klacht uitgaan van de Gedragscode voor tolken en vertalers die geldig was tot 1 februari 2024 aangezien de vertalingen in 2018 en 2019 zijn opgesteld.
Van beëdigde vertalers mag volgens de oude gedragscode worden verwacht dat zij er naar streven om, in het besef van hun verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun werk, steeds naar vermogen de beste kwaliteit te leveren. De commissie heeft op basis van wat is geschreven en wat is gewisseld op de hoorzitting geen redenen om aan te nemen dat beklaagde niet naar eer en geweten en naar beste vermogen naar de beste kwaliteit heeft gestreefd tijdens het opstellen van de vertalingen. De commissie heeft evenmin redenen om aan te nemen dat beklaagde opzettelijk een onjuiste vertaling heeft verricht.
Toch ziet de commissie ook dat er terechte bezwaren zijn gerezen over de gewraakte vertalingen. Dit is door klager voldoende aannemelijk gemaakt en wordt door beklaagde ook niet ontkent. Sterker nog, beklaagde heeft zelfs uitgebreid gehandeld om aan de bezwaren tegemoet te komen. Maar toch is er hier geen sprake van een inbreuk op de gedragscode zoals hieronder zal worden toegelicht.
Ten eerste geldt dat het bezwaar van klager met name gericht is op de toevoeging in de doeltekst van ‘ossia effettiva’ of in het Nederlands ‘oftewel feitelijk’. De commissie houdt er rekening mee dat op basis van wat is geschreven en wat tijdens de hoorzitting is gewisseld er bij de term ‘economisch mede-eigendom’ sprake is van een term die gezien de culturele en juridische context niet direct vertaalbaar is naar het Italiaans. Dat heeft beklaagde enerzijds voor een vertaalkeuze gesteld en leidt er anderzijds toe dat er mogelijk meerdere gepaste oplossingen zijn waardoor er bij voorbaat geen sprake kan zijn van een goede of slechte vertaling. Ten hoogste is er in een dergelijk geval sprake van een vertaalkeuze die niet goed kan worden toegelicht.
Ten tweede geldt dat de vertaling inmiddels zeven jaren oud is. Normaliter verwacht de commissie dat een vertaler zijn vertaalkeuzes kan toelichten op basis van onder andere de talige eigenheid, lexicale, grammaticale en idiomatische conventies van de brontekst. Juist bij realia zoals ‘mede-eigendom’, naar de commissie heeft begrepen. De commissie verwacht echter niet dat een vertaler na zeven jaren over iedere vertaalkeuze nog verantwoording kan afleggen. Het verweer ten aanzien van dit punt slaagt dus.
Ten derde geldt dat beklaagde de bezwaren heeft erkend. Daarmee accepteert zij de verantwoordelijkheid die haar als beëdigde vertaler toekomt. Daarom heeft beklaagde op 19 augustus 2024 het aanhangsel opgesteld. Daarin heeft de beklaagde uiteen gezet wat de bezwaren zijn, wat de correcties op die vertaling moeten zijn, licht ze dat toe en reflecteert ze op haar werk. Beklaagde heeft daarin ook aangegeven dat het schrijven als aanhangsel bij de door haar beëdigde vertaling van 17 januari 2019 moet worden beschouwd. Beklaagde heeft dus achteraf geprobeerd tegemoet te komen aan de bezwaren van klager.
De commissie weegt tevens mee hoe de beklaagde is omgegaan met de communicatie met partijen. De bezwaren op de vertaling zijn niet van de opdrachtgever gekomen maar van een vertegenwoordiger van de tegenpartij van de opdrachtgever. Beklaagde heeft daarom transparant gehandeld door het aanhangsel niet alleen aan klager te sturen, maar ook aan haar oorspronkelijke opdrachtgever. Bovendien heeft beklaagde dit aanhangsel door een tweede, beëdigde vertaler laten vertalen van het Nederlands naar het Italiaans.
Daarnaast is beklaagde tegemoetgekomen aan de bezwaren door de vertaling door een tweede, beëdigde vertaler te laten beoordelen. Daarmee heeft beklaagde ook blijk gegeven van haar streven naar de beste kwaliteit.
Het is de commissie niet gebleken dat de feiten zich anders hebben voorgedaan dan zoals op de hoorzitting is bekend geworden.
Voor zover dit nog als onderdeel van de klacht moet worden beschouwd, geeft de commissie ten overvloede mee dat de beëdigde vertaler niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er met (delen) van een vertaling gebeurd, zoals in casu het gedeeltelijk inbrengen van een beëdigde vertaling in een rechtszaak.
Advies
De commissie adviseert de klacht ongegrond te verklaren.
Het is voor de commissie vast komen te staan dat beklaagde altijd naar eer en geweten heeft gehandeld zoals de gedragscode voorschrijft. Of de keuze voor de toevoeging ‘ossia effettiva’ voldoende kan worden onderbouwd, is na zeven jaren niet meer te reconstrueren of vast te stellen. Beklaagde is aan de bezwaren tegemoetgekomen op een wijze zoals dat van een beëdigde vertaler mag worden verwacht en conform de gedragsregels.
Tot slot
Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.
De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.
Hoogachtend,
De Klachtencommissie Wbtv
[Handtekening] [Handtekening]
Dhr. M. Bax Mw. mr. E. Maalsen
Secretaris Klachtencommissie Wbtv Plv. voorzitter Klachtencommissie Wbtv
Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 06-2025)
Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken vertalers in het kader van de Wbtv (2009)
-
Algemene beroepsattitude
1.1. Algemeen
Tolken en vertalers gedragen zich zodanig dat het vertrouwen in de beroepsgroep waartoe zij behoren en in hun eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad, ook wanneer zij niet beroepshalve optreden.
1.2. Kwaliteit
Tolken en vertalers streven ernaar, in het besef van hun verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun werk, steeds naar vermogen de beste kwaliteit en een optimale dienstverlening te leveren. Zij verrichten nimmer opzettelijk een onjuiste vertolking of vertaling.
Zij zijn volledig aanspreekbaar op de kwaliteit van hun werk. Eventuele beperkingen van hun aansprakelijkheid jegens opdrachtgevers voor de gevolgen van geleverde prestaties worden uitsluitend schriftelijk vastgelegd.
-
Beroepsuitoefening
4.3. Vakuitoefening
4.3.1 Vertalen
Vertalers streven er steeds naar aan de hoogste kwaliteitsnormen te voldoen, met name wat betreft de inhoudelijke getrouwheid aan de brontekst en het gebruik van het juiste taalregister, behalve bij uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever om daarvan af te wijken.
Vertalers overleggen met de opdrachtgever over de te volgen procedure bij ernstige fouten en/of dubbelzinnigheden in de brontekst voor zover zij dit noodzakelijk achten voor het op verantwoorde wijze uitoefenen van hun beroep.
Indien de opdrachtgever als tussenpersoon optreedt, treedt de vertaler niet in contact met de cliënt van de opdrachtgever dan met diens toestemming.
Vertalers onthouden zich van iedere vorm van plagiaat.
-
Geschillen
Geschillen worden bij voorkeur beslecht bij minnelijke schikking. Tolken en vertalers spannen zich in ieder geschil in een minnelijke regeling te treffen.