07-2025 Advies Klachtencommissie Wbtv
Advies van Klachtencommissie Wbtv
Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas
Datum: 30 oktober 2025
Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:
[inschrijvingen Rbtv]
Verloop van de procedure
Op 3 juni 2025 heeft [klager] namens [intermediair] via het klachtformulier een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over een gedragingen van beklaagde. De klacht is nader onderbouwd met stukken op 22 juli 2025.
Op 12 juni 2025 is beklaagde op de hoogte gesteld van de ontvangst van de klacht. Beklaagde heeft zich op 21 augustus 2025 tegen de klacht verweerd aan de hand van een schrijven.
De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:
- Klachtformulier van klager, gedateerd 3 juni 2025 met drie bijlagen;
- Aanvulling op de klacht, gedateerd 22 juli 2025 met bijlage, en;
- Verweerschrift, gedateerd 21 augustus 2025.
De klacht is op 5 september 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:
- De heer mr. dr. R.W.J. Severijns, voorzitter,
- Mevrouw A.L. Hakopian MA, lid,
- Mevrouw mr. L.A. Zuurveld, lid,
De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris en mevrouw R. Diepeveen als notulist.
De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn gedeeld met de beide partijen. De commissie overweegt als volgt.
Klacht
De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:
Klachtonderdeel A: Beklaagde heeft zich actief bemoeid met de gehoren van vreemdelingen en een leidende rol aangenomen binnen het gehoor, o.a. door op eigen initiatief vragen te stellen, tijdens een gehoor de telefoon op te nemen en door ongevraagd privé beelden te laten zien op zijn telefoon.
Klachtonderdeel B: Beklaagde is tweemaal met een vreemdeling voor wie hij tolkte gaan lunchen tijdens de pauze van tolkdiensten en is gelijktijdig met hem naar de wc gegaan.
Deze gebeurtenissen zouden zich als volgt hebben afgespeeld.
Op 14 juni 2024 heeft beklaagde getolkt bij een gehoor van de IND. Tijdens die opdracht zou beklaagde zich non-verbaal hebben uitgelaten over de geloofwaardigheid van de vreemdeling. Beklaagde verhief zijn stem en zou zelf vragen hebben gesteld zoals ‘hoe dat mogelijk was’. Beklaagde heeft zich ook in de richting van de IND-medewerker uitgelaten over het feit dat hij een heel naar gevoel bij een vreemdeling zou hebben. De vreemdeling zou liegen. Het tweede deel van het gehoor ging beter omdat beklaagde geen oogcontact meer zocht met de vreemdeling.
Op 4 juli 2024 heeft beklaagde getolkt bij een gehoor van de IND. Tijdens die opdracht heeft beklaagde zelfstandig vragen gesteld aan de vreemdeling. Daarnaast merkte beklaagde het op wanneer hij iets niet vond kloppen of stelde daar denigrerende vragen over. Beklaagde neemt veel ruimte in tijdens een gehoor.
Op 19 juli 2024 heeft beklaagde getolkt bij een gehoor van de IND. Dit is de dag waarop hij de vreemdeling op eigen initiatief heeft meegenomen naar de dönerzaak en daar samen met de vreemdeling heeft geluncht. Daarnaast heeft hij ook tijdens dit gehoor de leiding genomen, zelfstandig vragen gesteld, zou hij delen weg hebben gelaten en is hij eenmaal plotseling de kamer uitgestormd.
Op 22 juli 2024 heeft beklaagde het gehoor van 19 juli 2024 met die vreemdeling voort willen zetten. Maar nadat hij opnieuw met de vreemdeling naar de dönerzaak was gegaan heeft de IND-gehoormedewerker de beklaagde bedankt voor zijn diensten. Dit is ook de dag waarop beklaagde tegelijkertijd met de vreemdeling naar het toilet is gegaan.
Verweer
Beklaagde heeft een verweerschrift ingediend dat ter zitting is toegelicht en aangevuld.
Beklaagde is al diverse jaren beëdigde tolk en hij voert zijn werkzaamheden met veel plezier uit. Beklaagde waardeert de maatschappelijke bijdrage die hij kan leveren als tolk en beschouwt het als een privilege. Hij heeft ten minste tweehonderd tolkopdrachten naar tevredenheid uitgevoerd. Hij heeft sinds de betreffende tolkopdrachten tientallen tolkopdrachten uitgevoerd. Die tolkopdrachten hebben niet meer tot klachten geleid.
Tolken zijn ook mensen. Dat betekent dat het niet vreemd is dat er wel eens een fout wordt gemaakt. De enige tolken die geen fouten maken zijn gepensioneerde tolken of tolken die niet werkzaam zijn. Het hoort er nu eenmaal bij om een keer in een valkuil te trappen.
Beklaagde erkent dat aspecten van zijn gedrag tijdens de betreffende tolkopdrachten niet passen bij zijn rol als professionele tolk. De gebeurtenissen hebben beklaagde geraakt en aangezet tot zelfreflectie. Zo heeft beklaagde direct erna zijn reflectie met de tolkencoördinator van de Immigratie- en naturalisatiedienst (hierna: IND) gedeeld. Beklaagde staat open voor kritiek, is leergierig en corrigeerbaar. Beklaagde werkt op eigen initiatief aan de verbetering van zijn fouten. Sinds de klacht bij de IND heeft beklaagde daarom ook cursussen gevolgd. Dat was nog voordat hij wist dat de klacht bij Bureau Wbtv was ingediend. Beklaagde is zich sinds de gebeurtenissen waarop de klacht ziet zakelijker gaan opstellen.
Ten aanzien van de lunch met de vreemdeling merkt beklaagde op dat hij daarvoor toestemming had gevraagd en gekregen van de IND-gehoormedewerker. Beklaagde handelde uit medemenselijkheid. De vreemdeling was erg geraakt door de ervaringen die hij tijdens het gehoor had gedeeld. De vreemdeling begon te huilen en raakte gefrustreerd. De IND-hoormedewerker pauzeerde toen het gehoor. De vreemdeling vertelde dat hij niet had kunnen ontbijten door de spanning en dat hij honger had. Beklaagde bood daarom aan om de vreemdeling mee te nemen naar een dönerzaak in de buurt. Tijdens de lunch heeft beklaagde niet met de vreemdeling over de asielzaak gesproken. Daar is ook door de IND-medewerker naar gevraagd en als zodanig in het verslag bevestigd. Door de IND-hoormedewerker is ook nog gevraagd of beklaagde en de vreemdeling lekker hadden geluncht. Beklaagde heeft daarover dus transparant en met instemming van de IND gehandeld.
Toen beklaagde op maandagochtend terugkwam bij de IND voor deel twee van het gehoor werd er niets gezegd over het lunchen op vrijdag. Het was wel opvallend dat er een andere hoormedewerker was waarover niets werd toegelicht. Tijdens de lunchpauze ging beklaagde weer naar de dönerzaak en de vreemdeling volgde hem. Aldaar bood de vreemdeling aan om de lunch van beklaagde te betalen. Beklaagde weigerde dat. Dit keer aten de twee niet samen. Terug bij de IND vroeg de IND-hoormedewerker of ze lekker hadden geluncht. Beklaagde bevestigde dat en benoemde dat ze samen hadden gewandeld. De IND-hoormedewerker vond dat niet netjes en staakte direct het gehoor. Beklaagde kreeg niet de kans om het toe te lichten.
Ten aanzien van het toiletbezoek merkt beklaagde op dat ook daar geen sprake was van inhoudelijk contact of een opzet daartoe is geweest. En om dit soort discussies in de toekomst te voorkomen neemt hij fysiek meer afstand van de anderstalige.
Ten aanzien van het bellen. Beklaagde erkent dat hij tijdens het gehoor de kamer heeft verlaten om een telefonische oproep te beantwoorden. Er is ten eerste een algemene regel van de IND die dat toestaat. Professionele oproepen mogen beantwoord worden en dan houd je het kort. Ten tweede liet hij het ook zien aan de IND-hoormedewerker dat hij een professionele oproep kreeg. Beklaagde heeft geen privégesprek gevoerd.
Ten aanzien van het tonen van een privéfoto op zijn telefoon. Dat was een ondoordachte handeling van beklaagde. Het had niets met de zaak te maken. Beklaagde erkent dat dit niet professioneel was.
Beklaagde ervaart dat gespreksdeelnemers wel eens ten onrechte menen dat zij voldoende vaardig zijn in het Engels. Daardoor komen zij af en toe op andere synoniemen en ontstaan ten onrechte de indruk dat beklaagde niet getrouw vertaalt.
Beklaagde licht toe dat er inmiddels geruime tijd is verstreken sinds de gedragingen zelf. Sindsdien zijn er geen nieuwe klachten meer binnengekomen. Bovendien was beklaagde in de veronderstelling dat de klacht met het herstellen van zijn inpasbaarheidsverklaring (hierna: ipv) door de IND was afgerond. De mededeling dat deze klacht alsnog bij Bureau Wbtv was ingediend verraste hem. Hij kan zich daardoor de gebeurtenissen niet exact herinneren en zich daartegen verweren. Eventuele maatregelen moeten effectief, eerlijk, transparant en tijdig zijn.
Beoordeling
Klager en beklaagde zijn het grotendeels eens over de gebeurtenissen, maar kwalificeren deze anders. Volgens de commissie is duidelijk geworden dat een aantal gedragingen op gespannen voet staan met de gedragscode. Het staat volgens de commissie vast dat beklaagde zich tijdens de gehoren waarover door de IND informatie heeft verschaft zichzelf een te actieve rol heeft toegedicht in het gesprek waarmee hij zich niet professioneel heeft gedragen.
De commissie verwelkomt de zelfreflectie die beklaagde op de hoorzitting toont. Tegelijk is de commissie niet geheel overtuigd dat beklaagde zich op alle onderdelen voldoende realiseert wat de gedragscode van hem verlangt. Zo merkt de commissie bijvoorbeeld op dat beklaagde over het stellen van verhelderende vragen later in zijn betoog iets anders verklaarde. Maar het is niet aan de tolk om verhelderende vragen te stellen. De commissie vreest dat beklaagde meer spijt heeft van de consequenties van zijn keuzes dan dat hij inziet dat zijn gedrag onprofessioneel was. Beklaagde kon op de hoorzitting niet goed concretiseren welke lessen hij precies heeft geleerd. Dat de tolk de dilemmatraining bij de IND op eigen beweging is gaan volgen beoordeelt de commissie positief en betrekt zij in haar oordeel.
Daarnaast is het de commissie opgevallen dat beklaagde op de hoorzitting sprak over het zorgen voor ‘soepele communicatie’ en ‘de boodschap vertolken’. Dat is echter niet de rol noch taak van de tolk. De tolk dient volledig en getrouw, alles wat betrokkenen zeggen, zonder iets toe te voegen, weg te laten of te wijzigen te tolken. Dat is de rol van de tolk. Het is dus niet aan de tolk om op eigen initiatief nadere, of verhelderende vragen te stellen.
De commissie benadrukt voorts dat beklaagde een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft om zich te gedragen zoals van een beëdigde tolk mag worden verwacht. Een gebrek aan eerdere negatieve feedback, of zelfs de uitdrukkelijke toestemming van de IND-hoormedewerker om een vreemdeling voor wie hij tolkt te begeleiden naar een lunchlocatie doet hier niet aan af. Hij had zelf moeten beseffen dat het begeleiden van de vreemdeling naar die locatie en het betalen voor zijn lunch de schijn van partijdigheid zou kunnen wekken. Een schijn van (partijdigheid) die te allen tijde voorkomen dient te worden, zoals ook opgenomen is in de gedragscode. Het is aan de tolk om de gedragscode te kennen en in de praktijk te brengen.
Beklaagde voert aan dat hij voor een deel van de gedragingen heeft gehandeld uit medemenselijkheid. Hoewel dat vanuit een menselijk oogpunt goed te begrijpen valt en altijd een uitdaging zal blijven voor een tolk, is het inherent aan de rol van de tolk om zich in het contact met partijen voor wie hij of zij werkzaamheden verricht te beperken tot het vertolken, zoals ook expliciet in de gedragscode is opgenomen:
- Ik houd mij strikt aan de opdracht. Ik ben niet behulpzaam bij andere taken.
- Ik blijf mij bewust van mijn eigen rol als tolk en neem in principe geen deel aan gesprekken die niet met de opdracht te maken hebben.
- Ik vermijd onderonsjes en een-op-een-overleggen met de betrokken vóór, tijdens en na de tolkopdracht. Zo stel ik me afzijdig op tijdens het wachten vóór de opdracht, en neem ik na de opdracht direct afscheid van betrokkenen.
Op dit punt slaagt het verweer niet.
De commissie constateert ook dat er een flinke periode is verstreken sinds de tolkopdrachten waarover is geklaagd. Dat er een miscommunicatie tussen de opdrachtgever en de intermediair is ontstaan waardoor er inmiddels een jaar is verstreken is vervelend voor beklaagde. Maar het heeft er ook toe geleid dat beklaagde alweer geruime tijd wordt bemiddeld voor tolkopdrachten bij de IND en dat het goed gaat. Dat is ook door de intermediair bevestigd. Dat pleit voor beklaagde.
Overschrijding adviestermijn
De commissie behandelt een klacht op grond van artikel 23 Wbtv binnen zes weken na de ontvangst van een klacht en kan de termijn vervolgens met vier weken verlengen.
De klacht is op 3 juni 2025 ingediend bij Bureau Wbtv. Op 12 juni 2025 is beklaagde geïnformeerd dat er een klacht over hem als tolk is ingediend. Op 15 juli 2025 is de klacht van Bureau Wbtv ter advisering aan de Klachtencommissie Wbtv voorgelegd. Aanvankelijk is er een hoorzitting op 29 augustus 2025 ingepland geweest. Op verzoek van beklaagde is de hoorzitting uitgesteld en heeft deze uiteindelijk op 5 september 2025 plaatsgevonden.
Gelet op het bovenstaande heeft de commissie de minister niet binnen de gangbare wettelijke termijnen over de klacht kunnen adviseren. Nu de in de Wbtv genoemde termijnen slechts termijnen van orde betreffen, oordeelt de commissie dat aan de overschrijding daarvan in dit geval geen consequenties behoeven te worden verbonden.
Advies
De commissie adviseert beide klachtonderdelen gegrond te verklaren.
Beklaagde heeft de gedragsregels onvoldoende in acht genomen tijdens zijn tolkwerkzaamheden. De commissie is er niet geheel van overtuigd dat beklaagde voldoende beseft wat zijn rol als beëdigde tolk is, namelijk getrouw vertolken zonder iets toe te voegen, weg te laten of te wijzigen en daarbij iedere schijn van partijdigheid te vermijden door contact met betrokkenen buiten de opdracht zoveel mogelijk te vermijden.
De commissie houdt rekening met de inspanningen die de tolk heeft verricht om op zijn gedrag te reflecteren en raadt hem aan hiermee door te gaan. Ook heeft de commissie geconstateerd dat er flink wat tijd verlopen is sinds hetgeen tot de klacht heeft geleid is voorgevallen en dat beklaagde in de tussentijd voor zover de commissie kan nagaan naar tevredenheid van partijen zijn werkzaamheden heeft verricht.
De commissie adviseert daarom om te volstaan met een waarschuwing. De commissie beveelt de beklaagde aan om zijn tolkdiensten in de toekomst met voldoende professionele afstand te vervullen.
Tot slot
Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.
De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.
Hoogachtend,
De Klachtencommissie Wbtv
[handtekening] [handtekening]
Dhr. M. Bax Dhr. mr. dr. R.W.J. Severijns
Secretaris Klachtencommissie Wbtv Voorzitter Klachtencommissie Wbtv
Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 07-2025)
Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv (2024)
-
Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid
Onder integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik ben integer.
- Ik stel mij onafhankelijk, onpartijdig en objectief op, zowel vóór, tijdens als na de opdracht.
- Ik negeer eigen vooroordelen en voorkeuren bij de werkzaamheden.
- Ik stel ieder mogelijk eigen belang terzijde.
- Ik zorg dat elke (schijn van) vooringenomenheid wordt voorkomen.
- Ik laat mijn werkzaamheden niet beïnvloeden door druk van buitenaf en voer mijn werkzaamheden in alle vrijheid en zonder vrees uit.
Ter nadere invulling van de kernwaarde integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:
- Ik uit geen persoonlijke opinies, voorkeuren, interpretaties of gevoelens, ook niet op (voor zover mogelijk) non-verbale wijze.
- Ik houd mij strikt aan de opdracht. Ik ben niet behulpzaam bij andere taken.
- Ik blijf mij bewust van mijn eigen rol als tolk en neem in principe geen deel aan gesprekken die niet met de opdracht te maken hebben.
- Ik vermijd onderonsjes en een-op-een-overleggen met de betrokken vóór, tijdens en na de tolkopdracht. Zo stel ik me afzijdig op tijdens het wachten vóór de opdracht, en neem ik na de opdracht direct afscheid van betrokkenen.
-
Volledigheid
Onder volledigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
Ik tolk volledig en getrouw, alles wat betrokkenen zeggen, zonder iets toe te voegen, weg te laten of te wijzigen.
Ter nadere invulling van de kernwaarde volledigheid handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:
- Ik tolk alles wat tijdens de tolkdienst wordt gezegd, ook wanneer opmerkingen tot mij zelf zijn gericht of wanneer iemand iets tegen mij zegt.
- Ik geef aan als ik iets niet begrijp of niet (goed) versta, en vraag om verduidelijking of herhaling wanneer iets onduidelijk is.