Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Mijn Wbtv
  • Contact
  • Nieuws
  • Over ons
  • Commissies
Raad voor Rechtsbijstand Bureau Wbtv (naar homepage)
Zoeken
  • Tolk of vertaler zoeken
  • Tolken & vertalers
    • Opleidingen en toetsen
    • Inschrijven
    • Permanente educatie
    • Ingeschreven en dan?
    • Bezwaar indienen
    • Mijn Wbtv
    • Klacht indienen
  • Opdrachtgevers & intermediairs
    • Intermediairsportaal
    • Register beëdigde tolken en vertalers
    • Afnameplicht
    • Uitwijklijst
    • Klacht indienen
  • PE-aanbieders
    • Erkend worden als PE-aanbieder
    • Erkende PE-aanbieders
  • Bibliotheek
    • Wetten, regelingen en besluiten
    • Onderzoeken
    • Taallijst
    • Veelgestelde vragen
    • Formulieren
    • Dashboard Wbtv
    • Gedragscodes in de praktijk
  • Mijn Wbtv
  • Contact
  • Nieuws
  • Over ons
  • Commissies
  1. Home ›
  2. Commissies ›
  3. Klachtencommissie Wbtv ›
  4. Adviezen ›
  5. 09-2025 Advies Klachtencommissie Wbtv

09-2025 Advies Klachtencommissie Wbtv


Advies van Klachtencommissie Wbtv

Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas

Datum: 6 januari 2026

Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:

  • tolk Nederlands <-> Engels, C1-niveau, en;
  • [inschrijving Rbtv].

Verloop van de procedure

Op 16 juni 2025 heeft [klager] namens [Gerechtshof] middels het klachtformulier een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over gedragingen van beklaagde. Op 17 juni 2025 is beklaagde op de hoogte gesteld van de ontvangst van de klacht en de mogelijkheid om een eerste reactie te geven. Beklaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een eerste reactie op de klacht te geven. Op 28 augustus 2025 is beklaagde nogmaals geïnformeerd over het feit dat er een klacht tegen hem is ontvangen en is hem opnieuw de kans geboden op die klacht te reageren. Diezelfde dag heeft beklaagde een reactie ingestuurd. Vervolgens is op 15 september 2025 door Bureau Wbtv een reactie van beklaagde ontvangen waarin hij heeft aangegeven geruime tijd niet beschikbaar te zijn voor een hoorzitting. Op 30 oktober 2025 zijn beide partijen geïnformeerd dat de klacht aan de commissie zou worden voorgelegd en dat de klacht zou worden behandeld op de hoorzitting van 21 november 2025.

De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:

  • Klachtformulier van klager gedateerd op 16 juni 2025 met één bijlage;
  • Een eerste reactie van beklaagde gedateerd op 28 augustus 2025, en;
  • Een tweede reactie van beklaagde gedateerd op 15 september 2025 met één bijlage.

De klacht is op 21 november 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:

  • de heer mr. dr. R.W.J. Severijns, voorzitter;
  • mevrouw mr. L.A. Zuurveld, lid;
  • mevrouw mr. L. Ahmed;
  • de heer mr. N. Adel, lid;

De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris en mevrouw K. van den Dungen-van Vliet als notulist.

De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn gedeeld met de beide partijen. De commissie overweegt als volgt.

Klacht

De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:

Beklaagde heeft twee tolkdiensten op een lager niveau uitgevoerd dan dat van  een beëdigd tolk mag worden verwacht. Dit geldt ook voor een derde tolkdienst op een eerder moment.

Beklaagde heeft op 3 juni 2025 getolkt tussen het Nederlands en het Engels voor twee verdachten tijdens twee terechtzittingen bij een meervoudige kamer van [Gerechtshof]. Door het hof en de advocaat-generaal is opgemerkt dat beklaagde juridische termen als ‘voorlopige hechtenis’, ‘bezwaren tegen het vonnis’ en ‘bewezenverklaring’ niet accuraat vertolkte. Sommige zinnen moesten enkele keren worden herhaald voordat beklaagde deze kon vertolken. Beklaagde was niet in staat om simultaan te tolken. Het hof twijfelde of alles dat is gezegd tijdens de terechtzittingen ook daadwerkelijk werd vertolkt. Desgevraagd gaf beklaagde aan dat hij leed aan een prop in zijn oor.

Na afloop van deze zittingen wendde de advocaat van een verdachte zich tot het hof met de mededeling dat beklaagde ook in eerste aanleg in deze strafzaak had getolkt. Tijdens de zaak in eerste aanleg zouden alle procespartijen hebben gezegd dat zij de prestaties van beklaagde als problematisch hebben ervaren. De advocaat verzocht het hof daarom bij verdere inhoudelijke behandeling van deze zaak een andere tolk op te laten roepen.

Verweer

Beklaagde bevestigt dat hij op 3 juni 2025 voor twee verdachten heeft getolkt. Beklaagde erkent dat deze tolkdiensten niet optimaal zijn verlopen, waarvoor hij diverse verklaringen geeft. Deze verklaringen staan hieronder benoemd.

Beklaagde geeft aan dat hij zich die dag niet optimaal op de terechtzittingen kon voorbereiden. Daarbij verwijst beklaagde naar artikel 2.4 van de ‘Best practice vertolking en vertaling strafrechtspraak’[1] (hierna: best practice). Die best practice schrijft voor dat voorafgaand aan een tolkdienst in een strafzaak informatie over de inhoud aan de tolk moet worden verstrekt, bijvoorbeeld in de vorm van een dagvaarding. Dat is hier niet gebeurd.

Beklaagde vervolgt dat het spreektempo van een terechtzitting moet worden aangepast op de aanwezigheid van een tolk. Dat is volgens beklaagde noodzakelijk om alles wat wordt gezegd te kunnen vertolken. Dit vergt aanpassing van het spreektempo van procespartijen. Dat is daarom opgenomen in de best practice. Ook dit is hier niet gebeurd.

Beklaagde merkt op dat hij het beeld heeft gekregen dat er bij het hof irritatie is ontstaan over het feit dat de zaak door het tolken langzamer verliep omdat er telkens om pauzes werd gevraagd. Beklaagde benadrukt dat de rechter juist moet controleren of het tijdens de zitting niet te snel gaat voor de tolk. Ook de tolk moet aangeven als het te snel gaat. Ook dit zou de best practice voorschrijven. Gemachtigde geeft aan dat beklaagde om een pauze had moeten vragen.

De best practice schrijft eveneens voor dat voorafgaand aan de tolkdienst afspraken worden gemaakt over welke delen van de dienst simultaan en welke delen consecutief getolkt kunnen worden. Gemachtigde van beklaagde vindt dit nadrukkelijk een taak van de rechter. Ook dat is hier niet gebeurd.

Beklaagde is als tolk opgeroepen maar beschikt niet over de specialisatie ‘strafrecht’ [de commissie neemt aan dat hier wordt bedoeld ‘gerechtstolk in strafzaken’]. Een dergelijke specialisatie geniet volgens diezelfde best practice wel de voorkeur. Aangezien het hof er kennis van heeft kunnen nemen dat beklaagde niet over die specialisatie beschikt kan deze beklaagde niet kwalijk nemen dat beklaagde niet alle juridische begrippen adequaat kon tolken, aldus beklaagde.

Daarnaast was in één van de twee zittingen sprake van een verdachte die per videoverbinding deel heeft genomen. Dit is volgens beklaagde nog een complicerende factor.

Beklaagde voert tevens aan dat de zaak voor hem persoonlijk teruggaat tot een tolkdienst bij een politieverhoor van dezelfde verdachte jaren terug. Tijdens die tolkdienst heeft er iets voorgevallen waardoor beklaagde niets meer met deze zaak te maken wilde hebben. Beklaagde heeft dat als traumatisch ervaren. Bij aanvang van de tolkdiensten op die 3 juni 2025 bleek het onverwacht deze zaak te betreffen. Bij binnenkomst ervoer beklaagde direct dat de sfeer niet goed was en dat deze steeds slechter werd. Daardoor ervoer beklaagde een ‘interpreter meltdown’.

Beklaagde heeft al enige tijd last heeft van zijn gehoor. De problemen kwamen in april aan het licht. Later bleken de problemen aan te houden. Inmiddels maakt beklaagde gebruik van een gehoorapparaat en merkt hij op dat hij meer details hoort dan eerder.

Beklaagde is al jarenlang actief als tolk. Hij heeft nog niet eerder een klacht tegen zich ontvangen. Het tolken gaat nog steeds goed en zijn agenda zit vol. Bovendien heeft beklaagde ruime ervaring als tolk tijdens strafzittingen.

Tot slot heeft beklaagde aangevoerd dat het allemaal snel ging tijdens de rechtszaak. Hij ervoer zelf ook dat het niet goed ging, maar hij had dat aan moeten geven en de tolkdienst moeten staken. Mocht dit zich onverhoopt in de toekomst nog eens afspelen dan zal hij eerder zijn tolkdienst staken.

Beklaagde kan de derde tolkdienst waarover wordt geklaagd niet herleiden tot een specifieke tolkdienst. Het is beklaagde dan ook niet bekend waar dat over gaat. Datzelfde geldt voor de juridische begrippen die beklaagde niet goed vertolkt zou hebben. Nu klager nagelaten heeft nader te specificeren welke begrippen dit betreft, kan beklaagde zich hier niet goed tegen verweren.

Ontvankelijkheid

Voordat de commissie toekomt aan een inhoudelijke beoordeling zal zij eerst stilstaan bij de ontvankelijkheid van de klacht. De commissie verklaart het deel dat raakt aan de twee tolkdiensten op [Gerechtshof] ontvankelijk. Het overige deel van de klacht dat toeziet op een derde, eerdere, tolkdienst verklaart de commissie niet ontvankelijk omdat deze onvoldoende is gemotiveerd. Dit wordt hieronder toegelicht.

De klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de twee tolkdiensten op 3 juni 2025 van onvoldoende niveau waren. Bovendien is dit niet door beklaagde ter discussie gesteld. Nu over de feiten niet wordt getwist en het voor de commissie evident is dat het raakt aan de Gedragscode moet dit onderdeel als ontvankelijk worden beschouwd.

Voor wat betreft de derde tolkdienst waaraan wordt gerefereerd geldt dat dit onderdeel niet voldoende is onderbouwd. De klager verwijst slechts naar een verklaring van een onbekende derde partij over een onbekende tolkdienst. Aangezien dit niet verder is onderbouwd en ook de beklaagde dat klachtonderdeel niet kan herleiden tot een tolkdienst moet dat onderdeel van de klacht als niet ontvankelijk worden beschouwd.

Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde op de hoorzitting is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan. Er was die 3 juni 2025 geen sprake van een gemakkelijke zitting volgens beklaagde. Er werd die dag veel gevraagd van zijn vaardigheden als beëdigde tolk. De commissie constateert echter dat beklaagde ondanks zijn ervaring niet goed heeft gehandeld.

Het verweer van beklaagde is deels gebaseerd op de niet optimale omstandigheden die dag, mede doordat andere partijen geen rekening hielden met handvatten uit de Best practice vertolking en vertaling strafrechtspraak. De commissie kan zich voorstellen dat het voor hem eenvoudiger was geweest als die handvatten waren gevolgd, maar constateert tegelijkertijd dat dit hem niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijkheid als beëdigd tolk om ervoor te zorgen dat hij in staat is om zijn opdracht goed uit te voeren en het te laten weten als dit niet het geval is.

Zo wees beklaagde er tijdens de hoorzitting op dat het spreektempo te hoog lag en dat vooraf geen afspraken zijn gemaakt over het simultaan en consecutief tolken. En hoewel het Hof primair verantwoordelijkheid is voor het goede verloop van zittingen, had beklaagde zelf moeten aangeven als het voor hem lastig of zelfs onmogelijk werd gemaakt om adequaat te tolken. De commissie verwijst hierbij naar de volgende gedragsregels uit de Gedragscode voor tolken:

  1. Ik geef aan als ik iets niet begrijp of niet (goed) versta, en vraag om verduidelijking of herhaling wanner iets onduidelijk is.
  1. Ik staak de opdracht indien ik de kwaliteit van mijn prestatie niet (langer) kan garanderen, ook wanneer dit het gevolg is van de werkomstandigheden.

Overigens is in de best practices, waarnaar beklaagde zelf verwijst, onder 4.10 opgenomen dat indien de tolk iets niet begrijpt of niet heeft verstaan dan wel indien het spreektempo te hoog ligt, de tolk dit onmiddellijk kenbaar moet maken.

Ook de door beklaagde genoemde gehoorproblemen verschonen beklaagde niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hij zijn opdracht goed kan uitvoeren en die opdracht te staken als dat niet het geval is. De commissie verwijst naar de volgende gedragsregel:

  1. Ik voer uitsluitend opdrachten uit waarvoor ik competent en bevoegd ben.

Beklaagde geeft voorts aan dat hij niet over een specialisatie in het Rbtv beschikt als ‘gerechtstolk in strafzaken’. Maar dit doet naar oordeel van de commissie niets af aan de verwachting dat beklaagde bepaalde juridische begrippen toch kan vertolken. De commissie merkt op dat er onder andere wordt geklaagd over de vertolking van begrippen als ‘voorlopige hechtenis’. De commissie is van oordeel dat iedere beëdigde tolk een dergelijk begrip zou moeten kunnen vertolken, ook zonder de genoemde specialisatie. Dat geldt hier des te meer gezien beklaagde zijn ruime ervaring binnen het strafrecht. Ook dit verweer slaagt niet.

Beklaagde stelt ook dat hij zich niet goed heeft kunnen voorbereiden op de zaak, omdat hij hierover vooraf geen informatie had ontvangen, terwijl dit in de ‘best practice voor vertaling en vertolking in de strafrechtspraak’ wel wordt aangeraden. De commissie constateert echter dat deze best practice niet bindend is en constateert ook dat het in de praktijk niet altijd is dat vooraf informatie over de tolkdienst wordt opgestuurd. Hoewel dergelijke informatie de tolk inderdaad in staat stelt om zich adequaat voor te bereiden en dat nog altijd de voorkeur geniet, wordt van een beëdigde tolk tot op zekere hoogte verwacht dat hij zich ook zonder die informatie staande kan weten te houden.

Tot slot heeft beklaagde aangedragen dat hij tussen april en juli van dit jaar last had van een verminderd gehoor. Dit is inmiddels verholpen en de commissie verwelkomt dat beklaagde inmiddels tolkt met behulp van een gehoorapparaat. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat tolkdiensten in die periode slecht zijn verlopen. Maar het bevreemdt de commissie wel dat beklaagde tolkdiensten heeft aangenomen terwijl hij wist dat hij gehoorproblemen had en minder goed hoorde.

Overschrijding adviestermijn

De commissie behandelt een klacht op grond van artikel 23 Wbtv binnen zes weken na de ontvangst van een klacht en kan de termijn vervolgens met vier weken verlengen.

De klacht is op 16 juni 2025 ingediend bij Bureau Wbtv. Op 17 juni 2025 is beklaagde geïnformeerd dat er een klacht over hem als tolk is ingediend. Op 30 oktober 2025 is de klacht van Bureau Wbtv ter advisering aan de Klachtencommissie Wbtv voorgelegd. De klacht is op 21 november 2025 op een hoorzitting behandeld.

Gelet op het bovenstaande heeft de commissie de minister niet binnen de gangbare wettelijke termijnen over de klacht kunnen adviseren. Nu de in de Wbtv genoemde termijnen slechts termijnen van orde betreffen, oordeelt de commissie dat aan de overschrijding daarvan in dit geval geen consequenties behoeven te worden verbonden.

Advies

De commissie adviseert de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond te verklaren en te volstaan met een waarschuwing.

Zoals op de hoorzitting al is samengevat komt deze klacht er in de ogen van de commissie neer op de vraag of beklaagde de opdrachten die 3 juni 2025 had moeten staken gezien de omstandigheden van die tolkdienst en de (fysieke) gesteldheid van de tolk. Op basis van al het bovenstaande komt de commissie tot het oordeel dat dit inderdaad het geval was. Beklaagde heeft daar niet voor gekozen, terwijl hij op dat moment niet in staat was om de opdracht naar behoren uit te voeren. Daarmee is er sprake van een inbreuk op de gedragscode.

Het verweer dat door beklaagde tegen de klacht is aangevoerd, met betrekking tot het handelen dan wel nalaten van het hof, slaagt niet. Het gerechtshof is verantwoordelijk voor de orde op een terechtzitting. Maar de tolk blijft zelf eindverantwoordelijk voor zijn eigen prestaties en voor de keuze om een tolkopdracht voort te zetten of te staken en ervoor te zorgen dat hij in staat is om de opdracht uit te voeren. De commissie verwelkomt dat de beklaagde dit nu ook inziet. Beter was het geweest als beklaagde dat op 3 juni 2025 inzag.

Nu beklaagde aangeeft lessen te hebben getrokken uit deze tolkdiensten en het probleem met zijn verminderde gehoor te hebben geadresseerd kan de commissie volstaan met het adviseren van een waarschuwing.

Tot slot

Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.

De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.

Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.

Hoogachtend,

De Klachtencommissie Wbtv

[handtekening]                                     [handtekening]

Dhr. M. Bax                                         Dhr mr. dr. R.W.J. Severijns

Secretaris Klachtencommissie Wbtv                  Voorzitter Klachtencommissie Wbtv

Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 09-2025)

Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv (2024)

  1. Volledigheid

Onder volledigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:

Ik tolk volledig en getrouw, alles wat betrokkenen zeggen, zonder iets toe te voegen, weg te laten of te wijzigen.

Ten nadere invulling van de kernwaarde volledigheid handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:

  1. Ik geef aan als ik iets niet begrijp of niet (goed) versta, en vraag om verduidelijking of herhaling wanner iets onduidelijk is.
  1. Professionaliteit

Onder professionaliteit versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:

  • Ik gedraag me altijd professioneel.
  • Ik behandel de betrokkenen met respect.
  • Voor zover dat in mijn macht ligt, ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn prestatie.
  • Ik verbind mij ertoe mijn kennis en deskundigheid permanent te onderhouden.

Ter nadere invulling van de kernwaarde professionaliteit handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:

  1. Ik voer uitsluitend opdrachten uit waarvoor ik competent en bevoegd ben.
  1. Ik staak de opdracht indien ik de kwaliteit van mijn prestatie niet (langer) kan garanderen, ook wanneer dit het gevolg is van de werkomstandigheden.

[1] https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Strafrecht/Paginas/Best-practice-vertolking-en-vertaling-strafrechtspraak.aspx



Deel deze informatie
  • Delen op Whatsapp
  • Delen op LinkedIn


Over Bureau Wbtv

Bureau Wbtv is onderdeel van de Raad voor Rechtsbijstand en door de minister van Justitie en Veiligheid belast met de uitvoering van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv).

Meer over ons

Snel naar

  • Tolk-vertaler zoeken
  • Mijn Wbtv
  • Nieuws
  • Woo-verzoek

Contact

Raad voor Rechtsbijstand
Bureau Wbtv

088 – 787 1920
[email protected]

Postbus 2349
5202 CH 's‑Hertogenbosch

  • Toegankelijkheid
  • Privacy
  • Cookies
  • Proclaimer
  • Informatiebeveiliging