15-2025 Advies Klachtencommissie Wbtv
Advies van Klachtencommissie Wbtv
Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas
Datum: 14 november 2025
Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:
- [inschrijving Rbtv]
Beklaagde heeft zich bij laten staan door [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Op 16 juli 2025 heeft [klager] namens [intermediair] en middels het klachtformulier een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over gedragingen van beklaagde.
Op 24 juli 2025 is beklaagde op de hoogte gesteld van de ontvangst van de klacht. Beklaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een eerste reactie op de klacht te geven. Op 14 augustus 2025 is beklaagde geïnformeerd over het feit dat de klacht aan de commissie zou worden voorgelegd en dat er op 26 september 2025 een hoorzitting zou worden georganiseerd. Beklaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om voorafgaand aan de hoorzitting een verweerschrift in te dienen.
De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:
- Klachtformulier van klager gedateerd op 26 juli 2025 met vier bijlagen;
De klacht is op 26 september 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:
- De heer mr. dr. R.W.J. Severijns, voorzitter;
- Mevrouw A.L. Hakopian MA, lid;
- Mevrouw mr. L.A. Zuurveld, lid;
De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris.
De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager en beklaagd en diens gemachtigde tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn gedeeld met de beide partijen. De commissie overweegt als volgt.
Klacht
De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:
Beklaagde heeft zich op bij tolkdiensten op 1 september 2023, 17 januari 2024, 24 mei 2024, 17 september 2024 en 4 maart 2025 laten vervangen door een vriendin die geen tolk is.
Klager bemiddelt voor beklaagde tolkopdrachten voor onder andere overheidsorganisaties. Na afloop van de tolkopdracht door beklaagde op 4 maart 2025 kreeg de intermediair een beoordeling van de opdracht waarin werd gesproken over een vrouwelijke tolk. Omdat beklaagde een mannelijke tolk is, is de intermediair navraag gaan doen bij de opdrachtgever. De opdrachtgever persisteerde in het feit dat de beoordeling van toepassing was op een vrouwelijke tolk. De opdrachtgever stelde de vraag of het mogelijk was dat beklaagde de telefoon aan een ander had gegeven.
Naar aanleiding van dat signaal heeft de intermediair intern onderzoek verricht door in de interne systemen de evaluaties van de tolkdiensten van beklaagde na te lopen. Daaruit blijkt dat in nog vier andere tolkopdrachten ook wordt gerefereerd aan een vrouwelijke tolk. Het gaat dan om tolkopdrachten op 1 september 2023, 17 januari 2024, 24 mei 2024 en 17 september 2024.
De intermediair neemt op 1 april 2025 contact op met beklaagde om een verklaring te vragen over het feit dat opdrachtgevers feedback geven over een vrouwelijke tolk. Tijdens dat telefoongesprek erkent beklaagde dat een vriendin voor hem heeft getolkt door zelf zijn telefoon naar haar door te schakelen. Deze vriendin is geen beëdigde tolk en tolkt ook niet voor de intermediair.
Voor de intermediair is hierdoor een vertrouwensbreuk ontstaan. De intermediair staat in voor de kwaliteit en integriteit van de dienstverlenging van de door haar bemiddelde tolken. Deze werkwijze is voor de intermediair onacceptabel en de intermediair heeft de tolk op 1 april 2025 laten weten dat de intermediair zijn toekomstige tolkopdrachten heeft geannuleerd en is gestopt voor beklaagde tolkopdrachten te bemiddelen. Daarnaast heeft de intermediair een klacht ingediend bij Bureau Wbtv.
Verweer
Beklaagde wijst erop dat de klacht niet voldoet aan een aantal vereisten die zijn neergelegd in de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv) en het reglement van de klachtencommissie. Zo ontbreekt een handtekening en een dagtekening van de klacht wat volgens artikel 16, derde lid Wbtv vereist is. Daarnaast is niet duidelijk namens wie de klacht is ingediend. Op het klachtformulier staat achter ‘namens’ alleen ‘de intermediair’. Het is aannemelijk dat intermediair van de klager wordt bedoeld. Maar ook de postcode van de intermediair is incorrect. Dus het is niet helder en eenduidig. Aangezien uit het reglement van de commissie zelf volgt dat klachten alleen in behandeling genomen worden als aan deze vereisten wordt voldaan, zou deze klacht niet in behandeling genomen moeten worden en niet ontvankelijk moeten worden verklaard.
Het is beklaagde niet helder wat de klacht precies is. Het kan gaan om één tolkopdracht, namelijk die op 4 maart 2025, maar ook om de vijf tolkopdrachten die in de bijlage bij het klachtformulier worden genoemd. Beklaagde is in ieder geval van mening dat tolkopdrachten die langer dan één jaar voorafgaand aan het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden niet ontvankelijk zouden moeten worden verklaard op grond van artikel 19, lid 2, onder b Wbtv.
Daarnaast heeft beklaagde twijfels over het onderzoek naar de tolkopdrachten die op 1 september 2023, 17 januari 2024, 24 mei 2024 en 17 september 2024 hebben plaatsgevonden. Deze klachtonderdelen zijn alleen onderbouwd met een klein fragment in het Exceloverzicht. De klager kan deze vier tolkopdrachten niet nader onderbouwen. Dat het woord ‘vrouw’ voorkomt in de beoordeling van de tolkopdracht kan ook een fout zijn. Daarmee is er onvoldoende informatie om aan te nemen dan wel aannemelijk te achten dat beklaagde op deze vier datums is vervangen door een vriendin.
Beklaagde erkent wel dat hij zich voor de tolkdienst van 4 maart 2025 heeft laten vervangen door een vriendin. Dat was een foute keuze, die hem spijt. Zijn tolkopdracht op de rechtbank liep uit waardoor hij zelf niet die telefonische tolkopdracht kon uitvoeren. Door de tolkopdracht door een vriendin te laten uitvoeren dacht beklaagde het juiste te doen.
Beklaagde tolkt al zestien jaar naar tevredenheid. Hij heeft niet eerder een klacht over zijn handelen. Uit de bijlage bij de klacht blijkt ook hoeveel tevreden beoordelingen er zijn over zijn tolkwerkzaamheden. Hij zal zich niet nogmaals laten vervangen door een niet beëdigde tolk.
Beklaagde verzoekt bij het adviseren van een maatregel te volstaan met een waarschuwing. Het financieel gewin á veertien euro voor de elf minuten tolken staat niet in verhouding tot een doorhaling. Mocht de commissie toch tot een doorhaling komen dan verzoekt beklaagde om rekening te houden met het feit dat beklaagde voor zijn inkomsten geheel afhankelijk is van zijn tolkwerkzaamheden. Een doorhaling ontneemt beklaagde zijn broodwinning. Een inschrijfverbod zou daarom tijdelijk moeten zijn en maximaal een paar maanden moeten bedragen.
Ontvankelijkheid
Voordat de commissie aan het inhoudelijk advies toekomt staat de commissie eerst stil bij de ontvankelijkheid van de klacht. De commissie acht de klacht ontvankelijk. Hiertoe is het volgende redengevend.
Voorop gesteld geldt dat de gedragingen waarover wordt geklaagd indruisen tegen het wettelijke vereiste van integriteit en aan de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid en professionaliteit zoals neergelegd in de gedragscode voor beëdigde tolken.
Ten tweede heeft de commissie kennisgenomen van het feit dat beklaagde zich beroept op de formele vereisten die aan een klacht worden gesteld. De commissie heeft de klager de kans gegeven dit te herstellen, en stelt vast dat dit inmiddels ook is gebeurd. De commissie oordeelt dat de klacht voldoet aan de vereisten in de Wbtv en in het reglement aan een klacht zijn gesteld.
Daarnaast beroept beklaagde zich op het feit dat niet duidelijk is op welke tolkdiensten de klacht ziet, dat de klacht ten aanzien van een aantal tolkdiensten onvoldoende is onderbouwd en dat een aantal tolkdiensten zich meer dan een jaar voor het indienen van de klacht hebben voorgedaan waardoor de klacht op die onderdelen is verjaard.
De commissie oordeelt dat hier geen sprake van is. De commissie heeft namelijk een eigen discretionaire bevoegdheid om de klacht in te vullen. De klacht wordt behandeld zoals boven aan dit advies is weergegeven. Ten aanzien van de onderbouwing merkt de commissie op dat dit raakt aan de gegrondheid van de klacht en niet aan de ontvankelijkheid. En tot slot geldt dat de Wbtv, noch het reglement een verjaringstermijn kennen. De minister is niet verplicht om klachten die richten op gedragingen die zich langer dan een jaar geleden hebben afgespeeld te behandelen, maar wel bevoegd om dat in voorkomende gevallen te doen.
De klacht raakt aan de integriteit van de beëdigde tolk. Dat is één van de twee pijlers van het Rbtv. Gezien de ernst daarvan acht de commissie het van belang om over de gedragingen te adviseren.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde op de hoorzitting is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan. Beklaagde heeft zich op 4 maart 2025 laten vervangen door iemand die geen tolk is of in ieder geval die niet over de juiste kwalificaties beschikt om beklaagde als beëdigde tolk te vervangen. Dit is vast komen te staan door de informatie die de klager heeft aangeleverd en wordt niet door beklaagde bestreden.
Daarnaast is het voor de commissie voldoende aannemelijk dat beklaagde zich ook op andere momenten heeft laten vervangen door een niet beëdigde tolk. Beklaagde heeft namelijk tijdens de hoorzitting verklaard dat hij zich “(…) één, maximaal twee keer (…)” heeft laten vervangen. Dit feit, in combinatie met de gegevens die door de intermediair zijn aangedragen, maakt dat dit voldoende aannemelijk is geworden voor de commissie.
De commissie oordeelt dat hier sprake is van een inbreuk op de gedragscode en dat beklaagde zijn integriteit heeft geschonden. Beklaagde is zelf gekwalificeerd om als beëdigde tolk te werken. Maar door zich te laten vervangen door een ongekwalificeerde en niet beëdigde tolk heeft beklaagde de kwaliteit van de tolkdienst ondermijnd. Daarnaast is de intermediair ermee geconfronteerd dat iemand een tolkdienst heeft uitgevoerd waarvan de intermediair nog niet eens een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft gezien en dus waarvan de integriteit niet is vastgesteld. De commissie begrijpt dan ook dat de intermediair spreekt over een vertrouwensbreuk.
Daarnaast oordeelt de commissie dat het een merkwaardige keuze was van beklaagde om een ad hoc telefonische tolkdienst aan te nemen terwijl hij niet beschikbaar was. De tolkopdracht is door de intermediair bemiddeld en het is dan ook de verantwoordelijkheid van de intermediair om bij verhindering van beklaagde een andere beëdigde tolk te vinden.
De commissie weegt ook mee dat beklaagde een precedent heeft geschept tegenover de vriendin die ook tolk wil worden. Ondanks zijn jarenlange ervaring heeft beklaagde het verkeerde voorbeeld gegeven van hoe een tolk zich integer dient te gedragen.
Tot slot is het ook de commissie opgevallen dat in de beoordelingen die door de intermediair zijn aangeleverd wordt gesproken over een goede tolk. Ook de intermediair heeft niets aangemerkt over de kwaliteit van de tolkdiensten die beklaagde zelf uitvoert. De commissie betreurt het dat een tolk met een dergelijke staat van dienst het imago van de beroepsgroep op dergelijke wijze heeft geschonden.
Overschrijding adviestermijn
De commissie behandelt een klacht op grond van artikel 23 Wbtv binnen zes weken na de ontvangst van een klacht en kan de termijn vervolgens met vier weken verlengen.
De klacht is op 16 juli 2025 ingediend bij Bureau Wbtv. Op 24 juli 2025 is beklaagde geïnformeerd dat er een klacht over hem als tolk is ingediend. Op 14 augustus 2025 is de klacht van Bureau Wbtv ter advisering aan de Klachtencommissie Wbtv voorgelegd. De klacht is op 26 september 2025 op een hoorzitting behandeld.
Gelet op het bovenstaande heeft de commissie de minister niet binnen de gangbare wettelijke termijnen over de klacht kunnen adviseren. Nu de in de Wbtv genoemde termijnen slechts termijnen van orde betreffen, oordeelt de commissie dat aan de overschrijding daarvan in dit geval geen consequenties behoeven te worden verbonden.
Advies
De commissie adviseert de klacht gegrond te verklaren.
Het is voor de commissie vast komen te staan dat beklaagde zich meerdere keren heeft laten vervangen voor zijn diensten als beëdigde tolk door een niet gekwalificeerde en niet beëdigde tolk. Daarmee heeft beklaagde zich niet integer getoond en zich niet gehouden aan de kernwaarden als beëdigde tolk.
Gezien de ernst van de inbreuk op de gedragsregels adviseert de commissie aan de minister om beklaagde door te halen in het Register beëdigde tolken en vertalers. Door de handelswijze van beklaagde is het belang dat door de Wbtv en het Rbtv wordt nagestreefd - integriteit en betrouwbaarheid - in de kern aangetast. Daarbij weegt de commissie de volgende zaken mee.
De commissie heeft kennisgenomen van de wens van beklaagde om indien de commissie een doorhaling in het Register beëdigde tolken en vertalers adviseert om slechts tijdelijk doorgehaald te worden met daarbij een inschrijfverbod van maximaal enkele maanden. Daarvoor heeft beklaagde ook aangevoerd dat hij voor zijn inkomsten afhankelijk is van zijn werkzaamheden als beëdigde tolk. De commissie weegt in het voordeel van beklaagde mee dat beklaagde voor zijn broodwinning afhankelijk is van zijn werk als beëdigde tolk.
Beklaagde heeft ook aangevoerd dat het financiële gewin van de gedragingen zeer beperkt is, namelijk slechts veertien euro. De commissie is van mening dat de financiële schade hier niet de kern vormt, maar dat vooral het gedrag van beklaagde raakt aan de kern van de integriteit van beklaagde. Dit verweer slaagt niet.
Zoals reeds vermeld weegt de commissie ook mee dat beklaagde al vele jaren actief is en er niet eerder een klacht over hem is ingediend. Bovendien staat niet ter discussie dat de kwaliteit van de tolkdiensten door beklaagde als goed wordt beschouwd.
Tot slot weegt de commissie ook mee dat beklaagde al voor een deel is gestraft. De samenwerking met de intermediair ligt al een half jaar stil. Op basis van wat op de hoorzitting is gewisseld is het ook nog maar de vraag of samenwerking met de betreffende intermediair in de toekomst überhaupt tot stand zal komen.
Alles afwegende adviseert de commissie om beklaagde door te halen voor een periode van een maand waarna de inschrijving van beklaagde zal herleven.
De commissie meent met deze tijdelijke doorhaling recht te doen aan de ernst van de klacht en ook rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van beklaagde.
Tot slot
Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.
De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.
Hoogachtend,
De Klachtencommissie Wbtv
[handtekening] [handtekening]
Dhr. M. Bax Dhr mr. dr. R.W.J. Severijns
Secretaris Klachtencommissie Wbtv Voorzitter Klachtencommissie Wbtv
Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 15-2025)
Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv (2024)
-
Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid
Onder integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik ben integer.
- Ik stel mij onafhankelijk, onpartijdig en objectief op, zowel vóór, tijdens als na de opdracht.
- Ik negeer eigen vooroordelen en voorkeuren bij de werkzaamheden.
- Ik stel ieder mogelijk eigen belang terzijde.
- Ik zorg dat elke (schijn van) vooringenomenheid wordt voorkomen.
- Ik laat mijn werkzaamheden niet beïnvloeden door druk van buitenaf en voer mijn eigen werkzaamheden in alle vrijheid en zonder vrees uit.
-
Professionaliteit
Onder professionaliteit versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik gedraag me altijd professioneel.
- Ik behandel de betrokkenen met respect.
- Voor zover dat in mijn macht ligt, ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn prestatie.
- Ik verbind mij ertoe mijn kennis en deskundigheid permanent te onderhouden.
Ter nadere invulling van de kernwaarde professionaliteit handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:
- Ik kom afspraken tijdig na, en voorkom dat ik deze zonder geldige reden en ontijdig annuleer.
- Ik stel mij collegiaal op ten opzichte van andere tolken.