Afnameplicht
Voor een eerlijk proces en een goede rechtsgang is het van belang dat er gekwalificeerde en integere tolken en vertalers worden ingezet. Bepaalde afnemers hebben daarom conform artikel 28 Wbtv een verplichting om beëdigde tolken en vertalers uit het Rbtv in te zetten.
Wettelijke afnameplicht
De volgende afnemers zijn verplicht om in straf- en vreemdelingenzaken in beginsel tolken en vertalers uit het Rbtv in te zetten:
- de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
- de tot de rechterlijke macht behorende gerechten;
- het Openbaar Ministerie;
- de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
- de Nationale politie;
- de Koninklijke Marechaussee.
- de bijzondere opsporingsdiensten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
- Vluchtelingenwerk Nederland;
- de Dienst Justitiële Inrichtingen;
- advocaten, voor zover in het kader van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand.
De intermediairs die tolken en vertalers voor de overheid inzetten, hebben toegang tot de gegevens van in het Rbtv ingeschreven tolken en vertalers via het portaal voor intermediairs.
Contractuele afnameplicht
De wettelijke afnameplicht is beperkt tot bovenstaande afnemers en alleen voor tolk- en vertaaldiensten die betrekking hebben op straf- en vreemdelingenzaken. In de wet zijn geen criteria vastgelegd met betrekking over het niveau waarop de tolk- en/of vertaler moet staan ingeschreven in het Rbtv.
In de aanbestedingscontracten die zijn aangegaan tussen de afnemers met een afnameplicht en de intermediairs is wel vastgelegd dat C1-tolken de voorkeur hebben bij opdrachten. Pas als er geen C1-tolk beschikbaar is, kunnen afnameplichtige opdrachtgevers uitwijken naar een B2-tolk.
Voor andere organisaties die onder het Ministerie van Justitie en Veiligheid vallen is ook contractueel vastgelegd dat ze voor zover mogelijk gebruik maken van tolken en vertalers uit het Rbtv. Afhankelijk van het soort opdracht kunnen ze de voorkeur geven aan B2-tolken.
Handhaving van de afnameplicht
Naleving van de afnameplicht is belangrijk om de doelstellingen van de Wbtv te realiseren. Namelijk de waarborging van een eerlijk proces en goede rechtsgang. In het verlengde daarvan is voor steeds meer instanties ook verplichte inzet van beëdigde tolken en vertalers ingericht.
De afnameplicht is in eerste instantie in de Wet beëdigde tolken en vertalers opgenomen om de kwaliteit van tolk- en vertaaldiensten in het kader van het straf- en vreemdelingenrecht te waarborgen. Samen met de contractuele afnameplicht wordt beoogd de kwaliteit van alle tolk- en vertaaldiensten die vallen onder de verantwoordelijke van de Minister van Justitie en Veiligheid te borgen.
De handhaving van de afnameplicht is niet belegd bij één instantie. Uitgangspunt is dat justitiële instanties als gerechten, het Openbaar Ministerie, de IND en de Nationale politie de wet gewoon naleven. Daarnaast werd bij inwerkingtreding van de Wbtv aangenomen dat de advocatuur als waakhond optreedt. Indien de afnameplicht niet wordt nageleefd of een afwijking onvoldoende gedocumenteerd is, kunnen advocaten dat in beroepsprocedures inbrengen. Inmiddels is er ook jurisprudentie ontwikkeld die het belang van naleving van de afnameplicht onderstreept.